Een praktijkvoorbeeld over succesvol gebiedsgericht beheer, samenwerking en bestuurlijk draagvlak creëren.

Probleemschets

De Krimpenerwaard is één van die mooie polders in ons veenweide gebied, maar uiterlijk bedriegt soms. Er schuilt een potentieel bodemprobleem onder het gras. In het verleden zijn grote aantallen sloten, met een willekeur aan materialen, gedempt. Deze dempingen waren in het nabije verleden een bron van frustratie bij de ruilverkaveling in het gebied.

Thumbnail

De dempingen kunnen niet zomaar verwijderd worden. Het zijn er namelijk meer dan vijfduizend. Daarnaast zorgen de fysieke gesteldheid van het gebied en de financiële consequenties ervoor dat ontgraven, afvoeren en opvullen van de dempingen geen realistische optie is. De weg van een functiegerichte aanpak met IBC maatregelen in het gebied lijkt daarom een logische keuze voor de Krimpenerwaard. Maar ook deze weg is niet zonder hindernissen. Want welke ecologische, landbouwkundige of verspreidingsrisico’s brengt deze aanpak met zich mee? Wat zijn de financiële consequenties van het beheer inclusief de nazorg? En hoe voorkom je dat beheer en nazorg niet na verloop van tijd naar de achtergrond verdwijnen? Op deze vragen is een antwoord nodig.

Gebiedsgerichte aanpak

Door het oprichten van een stichting die zicht heeft op het hele gebied kan rekening worden gehouden met gebiedsprocessen bij de oplossing van individuele dempingen.

Samenwerking

Belangrijke factoren voor samenwerking zijn:

  • een gezamenlijk probleem;
  • gezamenlijk gedragen oplossingen kunnen formuleren. Belangrijk is dat gesprekken hierover op basis van gelijkwaardigheid plaats vinden;
  • duidelijke rolverdeling en onderlinge verplichtingen.

Bestuurlijk draagvlak

Bestuurlijke aandacht en daarmee bestuurlijk draagvlak verandert tijdens de looptijd als gevolg van afnemende urgentie (gevoelsmatig) van de problematiek en door wisseling van bestuurders, met soms andere prioriteiten. Maak daarom gebruik van de bestuurlijke aandacht in de opstartfase en maak in die fase de oplossingen zo duurzaam mogelijk. Dit betekent: weinig doorschuiven naar de toekomst.

 

Bestuurlijk draagvlak


Kern

Bestuurlijk draagvlak is belangrijk bij het opstarten én tijdens de uitvoering van het project.

Situatieschets

Bestuurlijke aandacht is vaak tekenend voor het draagvlak dat kan worden verkregen en bij het te volgen beleid. Voor de problematiek van de slootdempingen in de Krimpenerwaard was aanvankelijk de bestuurlijke aandacht groot. Dit bleek bijvoorbeeld uit de aandacht vanuit Gedeputeerde Staten. De toenmalige gedeputeerde de heer Heijkoop, is tijdens de oprichting van de stichting in 1998 letterlijk “de boer opgegaan”, om onder de overheidspartijen en ook onder de bevolking draagvlak te creëren. De aandacht was met name groot omdat er een actueel probleem speelde, namelijk de stagnerende landinrichting. Deze aandacht is er ook geweest tijdens de eerste periode na oprichting van de stichting. Toen daarna bleek dat de gekozen aanpak werkte en de slootdempingen niet meer als een probleem werden ervaren, is geleidelijk de aandacht verslapt.

De aandacht is verlegd naar andere op dat moment urgenter zaken. Bovendien zijn de meeste bestuurders welke in het eerste uur aanwezig waren, als gevolg van verkiezingen en andere coalities, vervangen. Deze hebben de problematiek niet gevoeld zoals de voorgangers. Het gevolg hiervan is bijvoorbeeld, dat het bespreekbaar maken en tot een oplossing brengen van de problematiek van de bemensing van de stichting, of de nazorg welke in organisatorische zin en ook financieel nog niet definitief is geregeld, of de financiering van de saneringen, waarvoor destijds geen indexering is afgesproken, vaak langduriger en moeizamer verloopt, dan in het begin het geval was. Kortom als gevolg hiervan blijkt het moeilijker om zaken welke achteraf bezien nog niet goed waren geregeld, tot een oplossing te brengen.

Capaciteit

Bestuurlijke aandacht in de opstartfase, maar ook tijdens de looptijd van het project is essentieel voor een blijvend bestuurlijk draagvlak.

Leerpunten

  • Bestuurlijk draagvlak wordt vooral verkregen door bestuurlijke aandacht voor de problematiek. Deze is vaak vooral in de opstartfase aanwezig;
  • In deze fase is het dan ook nodig om de uitwerking van de oplossing zo duurzaam mogelijk te laten zijn. Er dienen zo weinig mogelijk uitwerkingspunten voor de toekomst te worden open gelaten.
  • Bestuurlijke aandacht en daarmee bestuurlijk draagvlak verandert tijdens de looptijd als gevolg van afnemende urgentie (gevoelsmatig) van de problematiek en door wisseling van bestuurders, met soms andere prioriteiten. Dit kan de oplossing van zich achteraf aandienende problemen bemoeilijken.

Meer informatie

www.SBK-Krimpenerwaard.nl *****

Gebiedsgerichte aanpak


Kern

Functiegericht beheer in het landelijk gebied van de Krimpenerwaard

Situatieschets

De start voor een functie gerichte oplossing in de Krimpenerwaard kwam in 1998 in de vorm van een bestuursovereenkomst. Dertien betrokken partijen (de voormalige ministeries VROMMinisterie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, LNV, provincie, de gemeenten, de waterschappen, LTO, de Landinrichtingscommissie en de stichting Zuid-Hollands Landschap) stemden in met de oprichting van een stichting, de Stichting Bodembeheer Krimpenerwaard. Deze stichting kreeg als doelstellingen mee:

  • zorgen dat de grondmobiliteit in de landinrichting weer op gang kwam. Dit gebeurt door, via overeenkomsten met de landeigenaren, de verantwoordelijkheid van de Wbb voor het beheer van de dempingen over te nemen. De eigenaren betalen hiervoor een bijdrage.
  • zorgen dat de milieuhygiënische toestand in het gebied verbetert. Dit gebeurt door functiegericht te saneren via vooral IBC maatregelen.
  • ontwikkelen van instrumenten die ook elders ingezet kunnen worden. Bijvoorbeeld een waterbodemkwaliteitskaart en de gedragscode flora en fauna.

Daarnaast is in de bestuursovereenkomst de bemensing van de stichting en de financiering geregeld.Het toezicht op de activiteiten van de stichting ligt in handen van een Raad van Toezicht die bestaat uit vijf afgevaardigden van de overheidspartijen.
 
Landeigenaren moeten zelf hun demping aanmelden bij de stichting. In de ruilverkaveling is dit een verplichting. De dempingen die worden aangemeld worden, afhankelijk van het dempingmateriaal (verdacht of onverdacht), de dikte van een eventueel aanwezige deklaag en de periode van demping, ingedeeld. Deze indeling is van belang voor de vraag of sanering nodig is of niet en de bijdrage die de eigenaar aan de stichting betaalt. In ruil voor de bijdrage krijgen ze een beheerovereenkomst waarin ze worden gevrijwaard van de verplichtingen van de Wet bodembescherming. Door de verantwoordelijkheid voor de dempingen naar de stichting te verplaatsen kunnen de dempingen gebiedsgericht worden aangepakt. Daarbij wordt aangesloten bij de dynamiek in het gebied. Er wordt zoveel mogelijk uitgegaan van samenloop met werk van derden. In dit geval betreft dit vooral de Dienst Landelijk Gebied, de stichting Het Zuid-Hollands Landschap en het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

Gebiedsgerichte aspecten

Gebiedsgerichte aspecten aan dit proces zijn:

  • door uit te gaan van samenloop van werk in zekere mate regulering van grondstromen in het gebied plaatsvindt;
  • sanering in principe met gebiedseigen grond wordt uitgevoerd;
  • de kwaliteit van de gebiedseigen grond aan de hand van een bodemkwaliteitskaart wordt bepaald. Deze kaart is door de stichting in samenwerking met anderen opgesteld;
  • de stichting voor haar werkzaamheden een gedragscode flora en fauna heeft opgesteld.
  • er wordt gewerkt aan een waterbodemkwaliteitskaart voor het gebied, waarbij de gegevens van de waterbodem in verband worden gebracht met de kwaliteit van de landbodem in het gebied.

Capaciteit

Er dient voldoende tijd te worden gestoken in overleg met de verschillende in het gebied werkzame partijen. Door werk met werk te maken, procedures af te stemmen en zoveel mogelijk gebruik te maken van lokale aannemers kan een belangrijke kosten besparing worden bereikt. Dit kan oplopen tot 30% van de uitvoeringskosten.

Leerpunten

Doordat de stichting zicht heeft op het hele gebied kan rekening worden gehouden met gebiedsprocessen bij de oplossing van individuele dempingen.

Meer informatie

www.sbk-krimpenerwaard.nl

Samenwerking


Kern

Belangrijke factoren voor samenwerking zijn:

  • er is een gezamenlijk probleem, dat als zodanig wordt herkend en erkend;
  • er is gezamenlijk gedragen oplossing te formuleren voor het probleem en eventueel afgeleide deel problemen. Belangrijk is dat gesprekken hierover op basis van gelijkwaardigheid plaats vinden;
  • er moet duidelijkheid zijn over de rolverdeling en de verplichtingen;

Daarnaast is het belangrijk inzicht te krijgen in de fysieke en de sociale kenmerken van het gebied en daarmee rekening te houden.

Situatieschets

Voor de Krimpenerwaard kende de weg naar een gezamenlijk beheerplan voor slootdempingen een aantal hindernissen. Allereerst moesten alle partijen met elkaar om de tafel voor de herkenning en erkenning van de problematiek. Op zich was dit nog redelijk eenvoudig. De slootdempingen in het gebied frustreerden aan de ene kant het gehele herinrichtingproces, in het kader van de landinrichting en na de ervaringen van “Lekkerkerk” en inventariserend onderzoek, was ook duidelijk dat er een milieuhygiënisch probleem speelde. Zonder oplossing was herinrichting niet mogelijk. Daarnaast was ook duidelijk dat er nauwelijks tot geen mogelijkheden waren om de kosten van sanering bij de eigenaren te verhalen. Daarmee was het vanuit twee invalshoeken (landinrichting en milieu) een overheidsprobleem. Dit heeft dan ook geleid tot een bestuursovereenkomst waarin doelstellingen zijn geformuleerd vanuit beide invalshoeken. Ook de financiering is op deze basis gestoeld, waardoor er voor de verschillende partijen ook op dit vlak een voordeel kon worden behaald. Op deze manier is in de Krimpenerwaard, met respect voor ieders belang een werkbaar bodembeheerplan tot stand gekomen, waarvan de uitvoering aan de Stichting Bodembeheer Krimpenerwaard is opgedragen. Er is gekozen voor een stichting, omdat die kan bestaan uit verschillende partijen, hetgeen essentieel is voor een integrale oplossing. Deze partijen kunnen via het bestuur invloed uitoefenen op de uitvoering. Hierbij blijven de bevoegdheden van de verschillende partijen onverlet.
 
Zowel de heer Westerhoven (Stichting bodembeheer Krimpenerwaard) als de heer Van der Eijk (provincie Zuid-Holland) benadrukken voorts dat inzicht in de fysieke en sociale kenmerken van het gebied een belangrijke rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van het bodembeheerplan. Het is niet alleen belangrijk de taal van de mensen te kennen maar ook om met het karakter van het gebied en de gemeenschap te kunnen omgaan. Rekening houden met cultuurverschillen is mede bepalend voor de samenwerking en het succes.
 
Het belangrijkste resultaat van het bodembeheerplan en de inzet van alle betrokkenen is dat de ruilverkaveling en herinrichting weer opgang is gekomen. Inmiddels zijn ruim 2500 dempingen aangemeld waarvoor ongeveer 400 beheerovereenkomsten zijn afgesloten. Dempingen vormen geen belemmering meer in de grondmobiliteit. Daarnaast is de sanering voor de bedoelde functies goed op gang gekomen.

Capaciteit

Om te komen tot samenwerking is een goede verkenning en probleemanalyse van essentieel belang. Aan dit onderdeel dient voldoende aandacht te worden besteed. Ook aan de uitwerking van de te realiseren oplossingsrichting dient veel aandacht te worden besteed, met name ten aanzien van de duurzaamheid van de oplossing.

Leerpunten

  • Als je samenwerking zoekt, stel dan van te voren vast of er een gezamenlijk probleem is dat om een oplossing vraagt.
  • Voor een goede samenwerking is het nodig dat de verschillende partijen op basis van gelijkwaardigheid mee kunnen praten en dat er voor de verschillende partijen winst is te behalen als gevolg van de samenwerking.
  • Rol en positie (rechten en plichten) van de partijen moet duidelijk zijn.
  • Bestuurlijk draagvlak (herkenning en erkenning van de problematiek) is essentieel voor het slagen van een project.
  • Bij bemensing en financiering dient rekening te worden gehouden met onzekere factoren, zoals eisen die in de tijd kunnen veranderen. Ook moet rekening worden gehouden met inflatie en kostenstijging over deze periode.
  • De nazorg dient zowel organisatorisch als financieel te zijn geregeld.

Meer informatie

www.SBK-Krimpenerwaard.nl